De geruchten hielden hardnekkig stand, nu is het officieel: Nintendo verhoogt de prijzen van de Switch 2. Ook de Europese markt zal hierdoor worden getroffen.
Het is een sober getiteld bericht waarmee Nintendo vrijdag voor opschudding zorgde. “Mededeling over prijswijzigingen bij Nintendo-producten en -diensten” luidt de kop, gevolgd door een uitleg die vanuit het oogpunt van de gamer niet bepaald prettig is: “Gezien de veranderde marktomstandigheden en na afweging van de wereldwijde zakelijke vooruitzichten” ziet het concern zich genoodzaakt de adviesprijs van de Switch 2 te verhogen.
Het begint in thuisland Japan, waar vanaf 25 mei extra kosten van 10.000 yen (ca. 54 euro) op kopers van de Switch 2 afkomen – en ook oudere consoleversies worden getroffen. Voor de eerste Switch, de OLED-variant of de Switch Lite komen er extra kosten van omgerekend ongeveer 43 tot 60 euro bij.
In de VS, Canada en Europa is voorlopig alleen de Switch 2 getroffen – en is er nog iets langer de kans om de console tegen de huidige prijs aan te schaffen. Hier schieten de kosten pas vanaf 1 september omhoog. In Noord-Amerika komt er telkens 50 Canadese of Amerikaanse dollar bij, terwijl hier in Duitsland een toeslag van 30 euro is aangekondigd. Daarmee stijgt de prijs van de Switch 2 in Duitsland naar 500 euro.
Ook online diensten worden duurder
Maar niet alleen de hardware, ook delen van het dienstenaanbod van Nintendo worden duurder. In Japan rekent de consolefabrikant voortaan bijvoorbeeld meer voor het online abonnement. Een maatregel die vanaf 1 juli van kracht wordt en op een later tijdstip naar Zuid-Korea zal worden uitgebreid.
Volgens Nintendo gaat het hierbij echter niet om een reactie op marktomstandigheden, maar om een “passende afstemming tussen de regio’s”. Zo moet Nintendo Switch Online de “wereldwijd uniforme dienst” worden die het ook is. Duitse spelers hoeven zich voorlopig dus geen zorgen te maken over verdere kostenstijgingen.
Sony als (slecht) voorbeeld?
Toch volgt Nintendo met de al wekenlang verwachte prijsaanpassing een ongewenste ontwikkeling, die kort voor Pasen al overduidelijk zichtbaar was geworden door Sony. De eveneens uit Japan afkomstige PlayStation-ontwikkelaar ging bij de verhoging van zijn consoleprijzen echter nog een flinke stap verder: de kosten voor diverse uitvoeringen van de PlayStation 5 stegen met telkens 100 euro. Een duidelijk verschil, dat waarschijnlijk te wijten is aan de even grote discrepantie in prestaties. De hiervoor benodigde onderdelen zijn immers de belangrijkste oorzaken van de kostenexplosie.
Terwijl Sony kort voor de aanpassing van de PlayStation-prijzen al een mogelijke tegenmaatregel had ingevoerd in de vorm van een fel bekritiseerd huuraanbod, is een dergelijke stap bij Nintendo momenteel niet te voorzien. Ook daar zullen echter creatieve oplossingen nodig zijn, nadat het oorspronkelijk geplande aantal geproduceerde Switch 2-eenheden in het eerste kwartaal van 2026 met een derde is teruggebracht. Hogere prijzen zullen de verkoop immers niet doen stijgen.






