Yamaha beleeft een wisselvallig weekend in Hongarije: terwijl Miller lichtpuntjes ziet, worstelen Quartararo en Rins met oude problemen en nieuwe tegenslagen
De Grand Prix van Hongarije leverde voor Yamaha een bekend beeld op: op een langzaam, technisch “stop-and-go”-circuit is er hier en daar vooruitgang te zien, maar de structurele problemen van het huidige pakket blijven bestaan.
Miller zag al op vrijdag dat het karakter van het Balaton Park Circuit de Yamaha in ieder geval gedeeltelijk in de kaart speelt. Het ‘stop-and-go’-karakter speelde het pakket in zekere zin in de kaart. Hoewel de fundamentele problemen bleven bestaan, kon men hier “iets meer verschil maken”.
De motorfiets kon goed remmen en was bij het van richting veranderen “niet slecht”. Ook in vergelijking met vorig jaar sprak Miller van vooruitgang op de locatie in Hongarije.
Miller op de achtste plaats, beste Yamaha-coureur
In de sprint nog zonder punten, profiteerde de Pramac-coureur zondag aanvankelijk van een chaotische startfase in bocht 1 en lag hij op koers voor de top 5. Maar in de loop van de race had hij vooral te kampen met een gebrek aan acceleratie.
“Bij het uitkomen van de bochten miste ik iets”, legt Miller uit, die zich vooral concentreerde op het zo spaarzaam mogelijk naar de finish brengen van de zachte achterband. In de laatste ronde verloor hij toch nog een plaats aan Gresini-invaller Iker Lecuona en eindigde hij de race op de achtste plaats.
De oorzaak was het tekort aan topsnelheid van Yamaha: “Ik heb 24 ronden lang geprobeerd de positie te verdedigen, en als je op het rechte stuk bijna 15 km/u te weinig hebt, is het gewoon moeilijk.” Toch blijft hij de lange termijn voor ogen houden: punten zijn voor hem “slechts een bonus”, doorslaggevend is de verdere ontwikkeling van het project.
Quartararo moet de M1 “verkeerd rijden”
Bij merkgenoot Fabio Quartararo overheerst daarentegen de ontnuchtering. Al op vrijdag sprak de Fransman van een nauwelijks rijdbaar pakket. De achterstand bedraagt ongeveer een seconde, op een kort circuit is dat “allesbehalve goed”.
Het gevoel op de motor is slecht, hoewel het iets beter is dan in Mugello. Toch is hij gedwongen om op een manier te rijden die “helemaal niet overeenkomt met de manier waarop je een MotoGP-motor zou moeten besturen”, aldus Quartararo’s kritiek. Het rijden geeft hem daarbij “helemaal geen plezier”.
Op de vraag waarom hij zo moet rijden, legt de Fransman openhartig zijn problemen uit: “Omdat ik moet compenseren om de motor überhaupt in de bocht te krijgen. We rijden op het randje voor iets dat uiteindelijk nauwelijks iets oplevert.” Zijn conclusie is dan ook hard: “Eerlijk gezegd ben ik gewoon teleurgesteld.”
Quartararo ziet geen enkele vooruitgang
Hij vindt het vooral kritiek dat de problemen al weken en maanden nauwelijks veranderen. Sinds de eerste tests is de feedback op elk circuit “kopieer-plak”.
In de sprint werd dit beeld bevestigd: Quartararo had enorm veel last van een gebrek aan grip. Het gevolg: “Ik kan de motor nauwelijks onder controle houden en maak veel fouten.” Daarnaast zijn er steeds weer schakelproblemen: “Dat gebeurt bij alle Yamaha’s. Dat is iets wat de ingenieurs moeten oplossen.”
In de Grand Prix verslechterde de situatie verder. Al in de eerste ronde voelde hij een technisch probleem. Hij was achter Miller gestart, bevond zich nog in een bruikbare positie, maar merkte al snel dat er iets niet klopte.
Een race om snel te vergeten voor El Diablo HungarianGP pic.twitter.com/baxmO1chCQ
— MotoGP™ (@MotoGP) 7 juni 2026
Quartararo reed weliswaar door, maar verloor voortdurend tijd en daarmee ook posities, “niet alleen in afzonderlijke bochten, maar vooral bij het remmen”. Meerdere keren reed hij wijd of belandde hij zelfs in de grindbak, totdat hij uiteindelijk moest opgeven. Vooral de achterkant voelde problematisch aan.
Rins met koppelingsprobleem in de sprint
Ook zijn teamgenoot Alex Rins beleefde een moeilijk weekend. In de sprintrace werd zijn prestatie ernstig gehinderd door een koppelingsprobleem. Hoewel de start aanvankelijk goed verliep en hij zich achter Quartararo kon nestelen, traden al snel sterke trillingen op. “Ik kon er niets aan doen”, aldus de Spanjaard.
Later analyseerde het team de gegevens en stelde vast dat het achterwiel sterk “stuitte” en daardoor trillingen doorgeeft aan het voorwiel. Een normale race was onder deze omstandigheden niet mogelijk, waardoor hij als laatste eindigde.
Op zondag ging het iets beter, waarbij Rins ook profiteerde van de uitvalbeurten. Uiteindelijk eindigde hij als 13e weliswaar in de punten, maar achter zijn merkgenoten van Pramac. Want naast Miller kwam ook Toprak Razgatlioglu als elfde voor hem over de finish.

