Kosten versus ontwikkelingsvrijheid: doet de Formule E het helemaal goed?
In de autosport staan kostenbeheersing en de vrije ontwikkeling van oplossingen vaak op gespannen voet – volgens Cyril Abiteboul heeft de Formule E een goed evenwicht gevonden
„We zijn hier vanwege de technologie”, zegt Cyril Abiteboul, hoofd van Hyundai Motorsport, die zowel bij Magma de touwtjes in handen heeft in het Wereldkampioenschap Endurance (WEC) als in het Wereldkampioenschap Rally (WRC). De Fransman waarschuwt echter voor uit de hand lopende kosten als de ontwikkeling te vrij wordt vormgegeven. Daarom prijst hij de Formule E, die volgens hem de juiste weg inslaat.
„We zijn hier vanwege de marketing, vanwege het merk, maar ook vanwege de technologie”, verduidelijkt hij. „Ik denk dus dat we allemaal samen de plicht hebben om ervoor te zorgen dat deze sport blijft staan voor technologie en ontwikkeling.”
„We moeten echter ook op de kosten letten. Als ik het over technologie en kosten heb, gaan die twee dingen normaal gesproken niet samen”, legt Abiteboul uit. “Daarom moeten we een evenwicht vinden in wat we doen. Van onze kant mag het geen technologische wapenwedloop zijn, maar er moet wel een zekere technologische vrijheid zijn waar dat zinvol is.”
“Echt alleen waar het zinvol is. Ik heb het niet over technologische vrijheid overal, maar waar het relevant is voor de fabrikant, vind ik het belangrijk. Ik vind het werk dat de Formule E op haar eigen terrein met elektrische voertuigen verricht, goed.”
De Formule E zal in het seizoen 2026/27 de Gen4-auto inzetten, die groter en zwaarder zal zijn, maar met ongeveer 800 pk ook aanzienlijk krachtiger dan zijn voorganger, die 476 pk levert. Er zijn standaardonderdelen in de Formule E, gebieden waar de ontwikkeling niet vrij is en juist ook onderdelen die door de merken zelf mogen worden ontwikkeld.
“Er is daar veel vrijheid op bepaalde gebieden en veel beperkingen op andere gebieden”, zegt Abiteboul. “Naar mijn mening levert de Formule E momenteel inderdaad het beste rendement op, afgezien van het feit dat het voor ons niet werkt, omdat het niet is wat we willen.
Hij verduidelijkt: „Wat ik hiermee wil zeggen, is: wat zij doen voor de e-mobiliteitstechnologie is naar mijn mening een goede inspiratiebron voor wat wij hier met de goede oude autosport voor andere technologieën willen doen.”

