LASK heeft voor de tweede keer in de clubgeschiedenis de dubbel binnengehaald. In 2012 waren de zwart-witten nog gedegradeerd naar de op twee na hoogste divisie van het land.
Na meer dan zes bewogen decennia, gekenmerkt door sportieve en economische ups en downs, is LASK teruggekeerd naar de top van het Oostenrijkse clubvoetbal. Door de duidelijke 3-0-uitzege bij Wiener Austria zijn de Linzers sinds zondag kampioen en winnaar van de dubbel. De bekerzege werd op 1 mei veiliggesteld met een 4-2-overwinning na verlenging op Altach. Daarmee presteerde LASK een huzarenstukje, net als in 1965.
Ook toen kroonden de Opper-Oostenrijkers zich tot kampioen en bekerwinnaar en werden daarmee de eerste Oostenrijkse kampioen die niet in Wenen gevestigd was. LASK bleef daarna echter niet lang in de top, in 1978 moest zelfs degradatie worden verwerkt. Toch lukte de terugkeer naar de hoogste klasse meteen weer. In de jaren 80 waren er geen titels, maar wel een hoogtepunt in de Europa Cup: in 1985 werd in de UEFA Cup in het stadion van Linz het met wereldklassevoetballers bezaaide Inter Milaan met 1-0 verslagen. In de terugwedstrijd werd het 0-4.
Dieptepunt: weigering van licentie in 2012
Deze hoogtepunten konden de sluipende neergang van LASK niet voorkomen. In 1989 moest de club afdalen naar de 2. Liga, pas vijf jaar later ging het weer een stapje omhoog – voordat men in 1995 vanwege ernstige financiële problemen faillissement moest aanvragen en ternauwernood een liquidatie kon afwenden. Het ging er ook heftig aan toe in 1997 in de nasleep van de omstreden fusie met stadsrivaal FC Linz en in 1998 door het faillissement van de Riegerbank van clubvoorzitter Wolfgang Rieger.
Financiële problemen waren in deze periode, net als na de overname door Peter Michael Reichel in 2000, een constante factor en leverden een niet onbelangrijke bijdrage aan de degradatie in 2001. Pas zes jaar later lukte de terugkeer, maar al in 2011 degradeerde men weer naar de op één na hoogste klasse. Het dieptepunt werd bereikt in het voorjaar van 2012, toen LASK geen licentie kreeg voor het volgende seizoen en daarom in de Regionalliga moest spelen.
Hoe groter de successen, hoe kleiner de protesten
Daarna ging het langzaam maar zeker bergopwaarts, mede dankzij de komst van de “Vrienden van LASK”, die in 2013 een einde maakten aan het tijdperk van Reichel. Oliver Glasner werd aangesteld als trainer en loodste de Linzers in 2017 naar de Bundesliga, waar ze meteen op de vierde plaats eindigden. Onder Glasners opvolger Valerien Ismael stond LASK aan het einde van de reguliere competitie 2019/20 op de eerste plaats. Maar toen kwam corona, het bewijs van overtredingen van de hygiënevoorschriften tijdens de training, een daaruit voortvloeiende aftrek van vier punten en uiteindelijk de vierde plaats.
Door de pandemie liep de club uit Linz ook een uitverkochte thuiswedstrijd tegen Manchester United mis; de heenwedstrijd in de achtste finale van de Europa League tegen de Red Devils vond plaats voor lege tribunes – tot grote ergernis van Siegmund Gruber, destijds en nu nog steeds de sterke man van LASK.
De clubvoorzitter stelt budgetten op die tot de hoogste van het land behoren. Onder leiding van Gruber werd ook de Raiffeisen Arena gerealiseerd, het nieuwe thuisstadion dat in 2023 werd geopend en waar ook regelmatig interlands worden gespeeld. Toch wordt Grubers optreden door grote delen van de georganiseerde supportersgroep behoorlijk kritisch bekeken, bijvoorbeeld de door een sponsor geïnitieerde kleurverandering van het LASK-shirt naar roze. Nog in de beginfase van dit seizoen werd een sfeerboicot aangekondigd. Maar hoe groter de successen later werden, hoe kleiner de protesten van de fans werden.

