Door zijn vroege uitvalbeurt in zijn voorlopig laatste race begon Rene Rast te twijfelen aan zijn afscheid van de DTM: hoe hij er nu over denkt en of hij in 2026 toch aan de start zal verschijnen
Na de teleurstellende finale van het DTM-seizoen in Hockenheim dacht Rene Rast na over zijn terugtrekking uit de sport: na zijn uitvalbeurt in de eerste ronde miste hij “een beetje die laatste race, maar ook vooral de laatste ronde”, aldus de drievoudig DTM-kampioen, die de dagen daarna nadacht over de vraag of hij zijn terugtrekking niet wilde herzien.
Om deze vraag definitief te beantwoorden, wilde hij “tot januari of februari” wachten en tijd doorbrengen met zijn familie. “Misschien is het na twee maanden wel saai. Misschien zeg ik dan ook: het was de verkeerde beslissing!”, aldus Rast. Maar hoe is zijn stemming sindsdien veranderd wat betreft een voortzetting van zijn DTM-carrière?
“Er is niets veranderd”, “Ik ben nog steeds gelukkig met hoe het nu is. Het is natuurlijk jammer hoe het is afgelopen, maar mijn mening is niet veranderd. Ik sta nog steeds achter wat ik in Hockenheim heb gezegd.”
Hoe reageert het Schubert-team op de beslissing van Rast?
Hiermee zou definitief duidelijk moeten zijn dat Rast in 2026 in ieder geval geen vaste cockpit in de DTM zal bezetten en dat BMW en het Schubert-team met een gewijzigde rijdersline-up het nieuwe seizoen ingaan.
Dat is logisch, want Kelvin van der Linde staat al in de startblokken om de cockpit van Rast over te nemen, terwijl Marco Wittmann nog steeds is aangewezen voor de tweede BMW M4 GT3 Evo van het Schubert-team.
Dat sluit echter niet uit dat Rast in 2026 in theorie een gaststart in de DTM maakt om toch nog op gepaste wijze afscheid te nemen van zijn fans. Afgezien daarvan heeft Rast altijd benadrukt dat zijn afscheid van de DTM niet definitief hoeft te zijn en dat een comeback op een later tijdstip mogelijk is.
“Je hebt niets gemerkt”: hoe Rast zijn afscheid verklaarde
Hoe verklaarde Rast zijn afscheid in Hockenheim? “Ik ga volgend jaar niet in de DTM rijden, wat niet gemakkelijk voor me is, omdat de DTM altijd mijn thuis en mijn stokpaardje is geweest”, zei hij vrijdagavond voor de twee laatste racedagen tijdens een persconferentie.
“Toch voelt het goed, want ik ben de afgelopen jaren zo vaak op reis geweest voor races en heb zoveel dubbele programma’s gereden, dat ik nu zeg: er komt een dag dat ik een stap terug moet doen en ook mijn familie en mijzelf wat meer tijd wil geven om nieuwe dingen te proberen. En gewoon te zien hoe het is om een redelijk normaal leven te leiden.”
Hij wil ervaren “hoe het is om twee weken achter elkaar thuis te zijn, hoe het is om mijn zoon te zien terwijl hij ineens leert fietsen”, zegt Rast, die met zijn vrouw Diana in Oostenrijk aan het Bodenmeer woont en twee zonen heeft.
“Mijn oudste is inmiddels negen jaar oud”, zegt hij over zijn oudste zoon Liam James.
“Het voelt alsof hij is opgegroeid en je hebt er niets van gemerkt. Dat wil ik bij mijn tweede niet nog een keer meemaken”, zegt Rast over zijn driejarige zoon Joah, die in 2023 vlak na zijn overwinning in Spielberg ter wereld kwam.
Waarom Rast de DTM opofferde en een comeback mogelijk is
Mocht hij in 2026 echter ontdekken dat zijn inmiddels aangekondigde WEC-programma in de BMW-hypercar hem niet voldoet en hij toch weer een dubbelprogramma wil volgen, dan zou hij zich een terugkeer naar de DTM kunnen voorstellen. Misschien nog niet in 2027, “maar daarna kan alles gebeuren”, liet Rast begin oktober de lange termijn toekomst open.
Waarom heeft hij de DTM opgeofferd en niet het hypercarprogramma? “Het hypercarprogramma is fabriekssport”, antwoordde Rast. Als coureur ga je naar waar de fabriekssport is.” Afgezien daarvan is de DTM veranderd met de overstap naar GT3 na het einde als constructeursserie in 2021.
“Dat betekent niet dat het nu slechter is, maar toch spreken de sportwagen en de WEC-omgeving me op dit moment meer aan dan de DTM. Daarom moest de DTM helaas het veld ruimen. Ik heb ook veel bereikt in de DTM en nog geen Le Mans en geen WEC gewonnen.”

